Welkom bij het Marnix College

Niet zomaar een school

Passend onderwijs

 

Met de invoering van Passend Onderwijs gaat er veel veranderen in het Nederlandse voortgezet onderwijs, maar veel blijft ook hetzelfde.  Dat geldt ook voor het Marnix College.
 

Hetzelfde blijft dat alle leerlingen die zich bij ons aanmelden met een helder advies voor vmbo-t (mavo), havo, atheneum of gymnasium, ondersteund door de scores die de leerling in de laatste jaren van het basisonderwijs heeft behaald op de toetsen van het CITO-leerlingvolgsysteem (de LVS-scores) in principe welkom zijn. Meestal onderstreept de score op de CITO eindtoets het advies en de LVS-scores nog eens. De leerlingen die wij goed kunnen begeleiden en ondersteunen, worden vervolgens door ons aangenomen en in de brugklas geplaatst die het beste bij hen past. Daar is de taak en verantwoordelijkheid van onze toelatingscommissie.

Welke leerlingen wij goed kunnen begeleiden en ondersteunen, is af te leiden uit ons schoolondersteuningsprofiel . Zo’n ondersteuningsprofiel heeft iedere school in Nederland en het is bedoeld om duidelijk aan te geven welke ondersteuning een school kan bieden.In een enkel geval gaat de ondersteuningsbehoefte van een leerling onze mogelijkheden te boven. Dan gaan we via het Samenwerkingsverband VO Gelderse Vallei   waar we deel van uitmaken, op zoek naar een extra ondersteuningsaanbod binnen of buiten het Marnix College. Dat is de praktische vertaling van de zorgplicht die we vanaf 1 augustus 2014 hebben. De bedoeling van die zorgplicht houdt ook in dat ouders in gevallen waarin het Marnix College niet de geschikte school voor hun kind is, geholpen worden bij het zoeken naar een school in de regio die wel de ondersteuning kan bieden die het kind nodig heeft. Zo komen ouders en leerlingen niet tussen de wal en het schip.
 

Volgens het ministerie is de invoering van passend onderwijs geen bezuiniging. Er was eerder sprake van een bezuiniging van 300 miljoen, maar die is van de baan. Ook het geld dat is bedoeld voor de bestaande 70.000 plekken in het (voortgezet) speciaal onderwijs blijft beschikbaar. Of dit geld in de toekomst daadwerkelijk wordt ingezet in het (voortgezet) speciaal onderwijs of in het regulier onderwijs, hangt af van de keuzes van het samenwerkingsverband.


Het geld voor extra ondersteuning is nu echter niet evenredig over het land verdeeld. Het ministerie is van mening dat er geen reden is waarom in sommige regio’s meer leerlingen gebruik maken van extra ondersteuning dan in andere regio’s. Daarom wordt het geld straks gelijk over het land verdeeld. Het budget per samenwerkingsverband wordt gebaseerd op het totale leerlingenaantal en niet op het aantal leerlingen dat nu gebruik maakt van extra ondersteuning. Regio’s waar nu gemiddeld meer leerlingen een indicatie hebben, gaan er daarom financieel op achteruit. Regio’s waar tot nu toe gemiddeld minder leerlingen extra ondersteuning krijgen, gaan er daarentegen in de toekomst op voorruit. Deze verandering, die de verevening wordt genoemd, wordt geleidelijk doorgevoerd en begint in het schooljaar 2015-2016. Voor onze regio betekent dit hoe dan ook dat er in de toekomst minder geld beschikbaar zal zijn.